kitchen-1674831_1920_1

Klein wonen: fijn of noodzaak? Trend of gebrek aan beter?

Nieuwe woningnood

Opmerkelijk genoeg was de woningmarkt geen groot thema afgelopen verkiezingen, terwijl het Kabinet toch aan de slag moet met de ‘nieuwe’ woningnood. In 2016 door bouw- en ontwikkelpartijen op de agenda gezet: een woningtekort van circa 1 miljoen woningen en mogelijk grote sociaal-economische schade. Een deel van deze oproep komt natuurlijk voort uit de sterke bouw- en ontwikkellobby inclusief bestaande grondposities, maar er moeten feitelijk vele woningen worden gebouwd. De vraag is hoeveel door middel van transformatie, herbestemming en inbreiding in de bestaande stad kan worden gerealiseerd en hoeveel in de weilanden eromheen. Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft aan dat zeker 300.000 woningen in de bestaande stad kunnen worden gerealiseerd, wat het recente Manifest binnenstedelijke gebiedstransformatie bevestigt. Tegelijkertijd is er een kortzichtige opportunistische roep om een nieuw soort Vinex-operatie. Destijds werd 30% binnen- en 70% buitenstedelijk gebouwd, wat blijkbaar nog steeds als woonoplossing wordt gezien.

Vinexjes

Ik stel voor om, vanwege de ambitieuze klimaat- en energieambities, 70% van de woningen in bestaand stedelijk gebied te realiseren. Laten we innovatief aan de slag gaan met de vele lege en onderbenutte gebouwen en gebieden binnen bestaand stedelijk gebied zonder waardevol groen in de stad te bebouwen. Kijk naar de duizenden woningen die zeer gewilde steden als Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Arnhem en Eindhoven gewoon in de stad realiseren. Als pleitbezorger van duurzame verstedelijking kijk ik ook belangstellend naar de opkomst en potentie van ‘tiny housing’. Deze ‘kleine’ woningen (van 15m² tot 50m², in Amsterdam al aangeduid als ‘Blokhokken’), zijn natuurlijk niet dè oplossing voor duurzame verstedelijking. In zijn column voor Cobouw typeerde Gerben van Dijk twee jaar geleden al ‘Volproppen van gebouwen levert zelden kwaliteit. Bovendien is het onnodig als je ziet hoeveel ruimte er beschikbaar is. Het draait om de vraag hoe we mooie plekken maken waar mensen graag zijn’. Recent typeerde Friso de Zeeuw binnenstedelijk bouwen weinig vleiend als ‘intensieve menshouderij’. Deels is ‘mini-wonen’ uit nood geboren, maar hij gaat voorbij aan majeure demografische (groei eenpersoonshoudens), maatschappelijke (trek naar de stad en verduurzaming) en ruimtelijke trends (trek naar de stad).

Mini-wonen

De opkomst van mini-wonen past in de demografische trend dat we steeds meer twee- en vooral eenpersoonshuishoudens hebben. Deze willen vooral woonachtig zijn in de stad en steeds flexibeler zijn: jongeren, maar zeker ook ouderen en (tijdelijke) kenniswerkers, mensen die als gevolg van veranderde privé- en werksituatie tijdelijke woonruimte zoeken en natuurlijk studenten. Met name de impact van vergrijzing wordt onderschat (nu al is 40% ouder dan 50). De komende jaren komen 60.000-90.000 vrijstaande huizen en rijtjeswoningen vrij door overlijden. Het is wel erg kortzichtig en weinig duurzaam om tegelijkertijd massaal nieuwe vrijstaande en rijtjeswoningen in weilanden te bouwen. Steeds meer ouderen willen een appartement, graag dichtbij voorzieningen, die in de bestaande kernen al voorhanden zijn. Vormen van mini-wonen spelen in op grote maatschappelijke trends als verduurzaming, deeleconomie, flexibilisering en trek naar de stad. Bij hogere stedelijke dichtheden neemt de concurrentie- en groeikracht van steden toe. De trend van afnemend autobezit en daardoor minder behoefte aan parkeerruimte bevordert het bouwen in hogere dichtheden.

Kleinere woonoppervlaktes zullen uit nood, maar ook zeker eigen woonwensen steeds vaker voorkomen. Een maatschappelijke woonvisie om zelf zuinig met grondstoffen en omgeving om te gaan bijvoorbeeld, of vanwege zelfbouw en -design. Gelet op de door het Parijse Klimaatakkoord gestimuleerde opkomst van het begrip circulaire economie en circulair bouwen verwacht ik dat dit fenomeen verder groeit, in steden doorgaans via ‘tiny’ appartementen. Het stedelijk leven is daarbij belangrijker dan de woonruimte. Illustratief is een kop van het Nederlands Dagblad afgelopen maand: “Voor yup is de stad een verlengstuk van zijn microwoning”.

Uit de verkenning van Platform31 uit 2016 blijkt dat daarentegen dat ‘smart small living’ deels uit nood is geboren. De nadruk ligt op het slimmer gebruik van voorzieningen voor gemeenschappelijk gebruik. Kernwoorden zijn compact, betaalbaar en toch kwalitatief goede voorzieningen. Een interessante notie is dat te transformeren gebouwen vaak beschikken over ruimtes die zeer geschikt zijn voor gemeenschappelijke voorzieningen en minder voor wonen. Hoe maak je een slimme combinatie tussen wonen en gemeenschappelijke ruimten? Cruciaal voor een acceptabele woonkwaliteit zijn hierbij de hoogwaardige stedelijke voorzieningen en bereikbaarheid. Het recente pleidooi vanuit de Brainportregio extra te investeren in cultuur, voorzieningen en ontsluiting op een (inter)nationaal hogesnelheidsnet sluit hierop aan. Vergelijkbaar is de al langlopende discussie over een metronet in de Randstad en het doortrekken van de Noordzuidlijn.

Duurzame verstedelijking

Het bouwen en inbreiden van meer kleinere woningen in hogere stedelijke dichtheden kan dus wel degelijk woningnood verminderen. Er ligt een mooie uitdaging voor onafhankelijke kennisorganisaties als Platform31, het Planbureau voor de Leefomgeving en de onderzoeksgroep van Friso de Zeeuw aan de TU Delft om scherp te krijgen hoeveel ‘mini-woningen’ daadwerkelijk in steden kunnen worden gebouwd onder welke voorwaarden. Ik daag daarnaast vastgoedpartijen uit te komen met data in hoeverre deze ‘mini-woningen’ voldoen aan een groot deel van onze woonwensen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat de stedelijke voorzieningen en bereikbaarheid op orde moeten zijn. Dit zijn mooie topics voor het nieuwe Kabinet. Duurzame verstedelijking verdient een plek hoog op de agenda van de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Cees-Jan Pen
Dr. Cees-Jan Pen, lector de Ondernemende Regio Fontys Hogescholen


Laat uw ervaring, mening en/of visie horen en praat mee over dit Duidelijk. bericht

Voeg uw eigen reactie toe